Tijdens de Weeder Experience Day bij ZOCON in Joure eind januari ging adviseur Christoffel den Herder van Ceres Horti Advice in op de mogelijkheden en uitdagingen van mechanische onkruidbestrijding. Steeds minder keus in chemische middelen noopt telers naar alternatieven te kijken. Den Herder ziet veel kansen voor wiedeggen.
Den Herder is senior adviseur biologische groententeelt bij Ceres Horti Advice. Hij is specialist in bodem, mechanisatie, bewaring en biologische markten. Vanuit deze rol adviseert hij onder meer telers, afnemers en machinefabrikanten. Dit doet hij voornamelijk in Nederland, maar ook in Duitstalige landen, Scandinavië, Spanje en de Baltische Staten.
Voor, tijdens en na de teelt
Mechanische onkruidbestrijding vraagt om een brede aanpak, die niet alleen in de teelt plaatsvindt, maar ook daarbuiten. “Het begint met het bouwplan en de hoofdgrondbewerking. Ploegen zorgt bijvoorbeeld voor een lagere onkruiddruk dan bij niet-kerende grondbewerking”, zegt Den Herder. Ook verschilt de onkruiddynamiek per grondsoort. “Zo zie je onkruid op kleigrond met name in het voorjaar de kop opsteken. Maar op zandgrond kan onkruid het hele jaar door tot last zijn.
Ook het bouwplan speelt een rol. In een bouwplan met granen zien we bijvoorbeeld vaker duist. Door de volgorde van het bouwplan te veranderen, kun je invloed uitoefenen op de aanwezigheid van onkruiden. Wissel je bijvoorbeeld zomer- en wintergranen af, dan kun je de onkruiddruk al verminderen.” Daarnaast biedt het gebruik van rijpaden volgens hem voordelen. “Bij mechanische onkruidbestrijding werk je met kleinere werkbreedtes, waardoor je meer over het perceel rijdt. De kans op verdichting neemt dan toe. Met rijpaden beperk je verdichting tot vaste plekken en blijft de rest van het perceel losser.”
Goed uit de startblokken
Belangrijk bij mechanische onkruidbestrijding is dat het hoofdgewas een voorsprong heeft én houdt op het onkruid. Een goede start is hiervoor essentieel. Dit begint volgens Den Herder met een goed zaaibed. “Een vlak zaaibed is essentieel voor effectieve mechanische bewerkingen zoals schoffelen en eggen”, legt hij uit. “Een grof zaaibed maakt het lastiger om effectief te werken. Tegelijkertijd is er bij een fijner zaaibed wel meer kans op korstvorming. Het is belangrijk hier het juiste evenwicht in te vinden.” Door eerst een vals zaaibed te maken kan een groot deel van de onkruiden al voor het zaaien onschadelijk worden gemaakt.
Zodra er gezaaid is, is het belangrijk dat het gewas snel opkomt. Naast een goed zaaibed en goed weer kan het primen van zaaizaad hieraan bijdragen. Door het voorkiemen staan de plantjes sneller boven en heeft onkruid minder kans. Den Herder vertelt dat het zeker bij mechanische onkruidbestrijding belangrijk is om op voldoende diep te zaaien. “Zo is er iets meer losse grond om mee te werken en zit het plantje goed vast.”
Geschikte grondbewerking
Tijdens de teelt heeft een akkerbouwer de keuze uit verschillende machines om onkruid de kop in te drukken. Schoffelen, eggen, aanaarden en branden zijn bekende voorbeelden. Wiedeggen en schoffelen zijn in de praktijk veelgebruikte methodes. Het voordeel van wiedeggen ten opzichte van schoffelen is dat er bij wiedeggen minder kans is op schade aan de wortels van het gewas. Een eg trekt het onkruid onder en bedelft het met grond, zodat het geen licht meer krijgt. Het omtrekken van het onkruidplantje gebeurt door de voorste rijen tanden. De volgende tandenrijen zorgen daarna dat er grond overheen komt.
Bij wiedeggen is een goede timing belangrijk. “Hoe eerder je aan de slag gaat, hoe effectiever je bent, zeker voor opkomst is eggen al heel effectief. Herhaal het eggen meerdere keren, zodat het gewas steeds sterker wordt en het verschil met het onkruid toeneemt”, legt Den Herder uit. Hij geeft toe dat dit in de praktijk niet altijd meevalt. “Zeker in natte jaren, zoals afgelopen seizoen, is het niet altijd eenvoudig om er op het juiste moment bij te zijn. Zolang het gewas het toelaat, kun je blijven wiedeggen. Ontstaat er schade aan het blad of stengels, dan is het hoog tijd de eg aan de kant te zetten.”
Ook na de oogst is er winst te behalen. “Door onkruid direct aan te pakken na de oogst, kun je schoner beginnen aan het volgende seizoen, vooral bij niet-kerende grondbewerking”, is de ervaring van Den Herder.
Mogelijkheden nemen toe
De mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding nemen toe. “Machines als wiedeggen worden steeds breder. Hier bij ZOCON bieden ze nu een precisiewiedeg van vijftien meter. Werkbreedte gaat bij wiedeggen meer en meer een rol spelen. De capaciteit moet uit de breedte komen, niet uit de snelheid.”
Dankzij gebruik van camera’s en GPS neemt het aantal werkbare uren toe. Robotisering biedt ook kansen. Den Herder benadrukt dat het bij de ontwikkeling van onkruidrobots belangrijk is dat deze machines kort om het gewas heen kunnen werken. “Door technieken met laser, elektriciteit of grijparmpjes worden de mogelijkheden steeds groter. Maar schoffelen en wiedeggen zullen belangrijk blijven als basisbewerking.”
Korstvorming te lijf met de wiedeg
In gewassen als uien en bieten kan korstvorming in het voorjaar een spelbreker zijn. Met een wiedeg kan de korst volgens Den Herder goed gebroken worden, mits de eg op de juiste manier wordt toegepast. “Goed breken vraagt om lef. Het kan een paar plantjes kosten, maar niets doen is ook geen optie. Succes hangt af van het moment, de rijsnelheid, en de stand en druk van de tanden. Belangrijk is voldoende druk te zetten en niet te hard te rijden. Rijd je te snel, dan krijgt de machine de neiging om de tanden over de korst te trekken.”

Tekst: Gerben Hofman
Beeld: ZOCON